CapMate toont diepte, wind, snelheid, koers, positie en AIS-schepen van de bootinstrumenten op je telefoon en horloge. De gegevens komen via Wi-Fi binnen als NMEA 0183: de kaartplotter deelt ze zelf (B&G, Simrad, Lowrance) of een Wi-Fi-gateway op het instrumentennetwerk doet dat. Raymarine, Garmin en Furuno delen hun gegevens niet met andere apps — daarvoor heb je een gateway nodig. Telefoons en Wear OS-horloges maken zelf verbinding met de Wi-Fi van de boot; Apple Watch en Garmin-horloges krijgen de instrumenten via de telefoon met CapMate.
Zet de ontvangst van de instrumenten aan, de rest gaat vanzelf. CapMate controleert eerst het adres waar het de instrumenten de vorige keer vond, de router van het netwerk en de adressen van bekende gateways op hun poorten, en luistert ondertussen naar UDP-uitzendingen. Is daar niets, dan doorzoekt het het eigen netwerk: het vindt de apparaten die antwoorden en probeert daarop de poorten van de kaartplotters en gateways uit de lijst hieronder. Meestal duurt dat een paar seconden tot een halve minuut; het gevonden adres wordt onthouden, de volgende keer is de verbinding er meteen. Antwoordt een apparaat in het verkeerde formaat (bijvoorbeeld NMEA 2000 in plaats van NMEA 0183), dan vertelt CapMate wat je moet omzetten.
De kaartplotter deelt zelf instrumenten en AIS via Wi-Fi — geen gateway nodig.
Op de kaartplotter: Settings → Network → NMEA0183 → ‘NMEA0183 over Ethernet/Wireless’ — de uitvoer moet aan staan, poort 10110.
Verbind je telefoon met de Wi-Fi van de kaartplotter (Settings → Wireless, een netwerk als ‘Zeus3 xxxx’) of met de boordrouter als de plotter daarop zit. Oudere modellen krijgen Wi-Fi via een GoFree WIFI-1-module — de sleutel staat op het label.
Terug in CapMate wordt de kaartplotter vanzelf gevonden, meestal binnen enkele seconden.
Bij de nieuwste modellen (B&G Zeus S en Zeus SR, Simrad NSX en NSS 4, Lowrance Elite FS) noemt de documentatie geen NMEA 0183-uitvoer via het netwerk; bij de Lowrance HDS Pro is die niet bevestigd. Wordt de kaartplotter niet gevonden, dan werkt elke NMEA 2000-Wi-Fi-gateway uit de lijst.
TCP 10110 · 192.168.76.1 · ✓ Getest aan boord op 2026-10-06
Raymarine-kaartplotters delen hun gegevens alleen met de Raymarine-app. Je hebt een NMEA 2000-Wi-Fi-gateway nodig — die haalt dezelfde gegevens uit het instrumentennetwerk.
Sluit de gateway aan op de SeaTalkNG-backbone. SeaTalkNG is NMEA 2000: gebruik een verloopkabel SeaTalkNG – NMEA 2000 (DeviceNet).
Controleer of de NMEA 0183-uitvoer op de gateway aan staat — de stappen staan hieronder bij de gateway.
Verbind je telefoon met de Wi-Fi van de gateway en kies de gateway in de lijst — CapMate controleert die als eerste.
Oudere SeaTalk1-instrumenten (ST40, ST60) hebben een gateway met SeaTalk1-ingang nodig: Yacht Devices YDNR-02 of Quark-Elec QK-A034.
Garmin-kaartplotters delen hun gegevens via Wi-Fi alleen met Garmin-apps. Je hebt een NMEA 2000-Wi-Fi-gateway nodig — die haalt dezelfde gegevens uit het instrumentennetwerk.
Sluit de gateway via een vrij T-stuk aan op de NMEA 2000-backbone.
Controleer of de NMEA 0183-uitvoer op de gateway aan staat — de stappen staan hieronder bij de gateway.
Verbind je telefoon met de Wi-Fi van de gateway en kies de gateway in de lijst — CapMate controleert die als eerste.
Heb je een Garmin Cortex-AIS of een Garmin Signal VHF-marifoon aan boord, dan delen die zelf NMEA 0183 via Wi-Fi — geen gateway nodig: kies ‘Vesper · Garmin Cortex’.
Furuno-kaartplotters delen hun gegevens alleen met Furuno-apps. Je hebt een NMEA 2000-Wi-Fi-gateway nodig — die haalt dezelfde gegevens uit het instrumentennetwerk.
Sluit de gateway via een vrij T-stuk aan op de NMEA 2000-backbone (CAN bus).
Controleer of de NMEA 0183-uitvoer op de gateway aan staat — de stappen staan hieronder bij de gateway.
Verbind je telefoon met de Wi-Fi van de gateway en kies de gateway in de lijst — CapMate controleert die als eerste.
Werkt direct uit de doos: de gateway deelt zelf NMEA 0183 via Wi-Fi.
Verbind je telefoon met de Wi-Fi van de gateway: netwerk YDWG (andere modellen: YDNR, YDWN, YDWR), wachtwoord 12345678.
Terug in CapMate wordt de gateway vanzelf gevonden (adres 192.168.4.1, TCP-poort 1456).
De YDEN-02 werkt via een kabel: sluit hem aan op de boordrouter — CapMate vindt hem op het netwerk.
Zijn de instellingen gewijzigd: open 192.168.4.1 in de browser (admin / admin) → NMEA Server → kies bij Server #1 Data Protocol ‘NMEA 0183’. Staat de gateway in clientmodus, dan verdwijnt zijn eigen netwerk — hij zit dan op het netwerk van de boordrouter en CapMate vindt hem daar.
Eén instelling nodig: een dataserver in NMEA 0183-formaat.
Verbind met de Wi-Fi van de gateway: netwerk w2k-xxxxxx (serienummer van de gateway), het wachtwoord staat op het label.
Open 192.168.4.1 in de browser (admin / admin) → Settings → Data Server Settings. Server 1: inschakelen, Protocol TCP, Format ‘NMEA 0183’, Direction ‘Transmit Only’, poort 60001 → Update.
Terug in CapMate wordt de gateway vanzelf gevonden.
W2K-2 en WGX-1 stel je op dezelfde manier in — drie dataservers in de webinterface van de gateway; elk apparaat heeft een eigen netwerknaam en wachtwoord. De PRO-NDC-1E2K sluit je met een kabel aan op de boordrouter.
Digital Yacht — NavLink2, WLN10, WLN10 Smart, WLN30, iKommunicate, LANLink
Digital Yacht AIS — AIT5000, AIT3000, iAIS
De Wi-Fi-gateways en AIS-apparaten van Digital Yacht werken direct uit de doos: ze delen zelf NMEA 0183 via Wi-Fi.
Verbind met de Wi-Fi van het apparaat — een netwerk met de modelnaam en een code, bijvoorbeeld NavLink2-xxxx of AIT5000-xxxx (WLN30: DY-WiFi-xxxx). Vraagt het om een wachtwoord, dan is dat PASS-xxxx met dezelfde vier tekens als in de netwerknaam.
Terug in CapMate wordt het apparaat vanzelf gevonden (adres 192.168.1.1, poort 2000; oudere WLN10 en iAIS gebruiken 169.254.1.1).
LANLink en iKommunicate sluit je met een kabel aan op de boordrouter. Bij iKommunicate staat NMEA 0183-uitvoer af fabriek uit: Admin Page → Configuration → zet NMEA 0183 via TCP aan → Apply.
De oude WLN10 en de WLN30 accepteren maar één TCP-verbinding — komen er geen gegevens binnen, sluit dan andere apps. De AIT5000 zendt af fabriek alleen via UDP — kies voor iPhone TCP in de webinterface (192.168.1.1 → Settings).
Werkt direct uit de doos: de gateway deelt zelf NMEA 0183 via Wi-Fi.
Verbind met de Wi-Fi van de gateway: een netwerk als A032xxxx of QK-A034xxxx (afhankelijk van het model), wachtwoord 88888888.
Terug in CapMate wordt de gateway vanzelf gevonden (adres 192.168.1.100, TCP-poort 2000).
Wil je de gateway via de boordrouter gebruiken, zet hem dan in clientmodus (Station) met het Quark-Elec-configuratieprogramma voor Windows via USB.
QK-A032, A034 en A036 kunnen NMEA 2000 als $PCDIN-regels sturen — meldt CapMate dat tijdens het zoeken, zet de uitvoer dan in het configuratieprogramma terug op NMEA 0183. In access-pointmodus accepteert de gateway maximaal vier apparaten.
Werkt direct uit de doos: de MiniPlex deelt zelf NMEA 0183 via Wi-Fi of ethernet.
MiniPlex-3Wi: verbind met de Wi-Fi MiniPlex-xxxxxxxx (serienummer), wachtwoord MiniPlex (adres 10.0.0.1, TCP-poort 10110).
MiniPlex-3E: sluit hem aan op de boordrouter — hij krijgt zelf een adres en verstuurt de gegevens via UDP-broadcast naar poort 10110.
Terug in CapMate wordt de multiplexer vanzelf gevonden. De N2K-modellen zetten NMEA 2000-gegevens af fabriek om naar NMEA 0183.
Via TCP accepteert de MiniPlex maar één verbinding — komen er geen gegevens binnen, sluit dan het programma op de laptop. Zet voor iPhone bij de MiniPlex-3E de TCP-server aan in MPX-Config3 (Network Settings).
De iMux-multiplexer deelt zelf NMEA 0183 via Wi-Fi.
Verbind met de Wi-Fi Brookhouse_iMux; vraagt het om een wachtwoord, dan is dat BrookhouseXX, waarbij XX het serienummer is.
Terug in CapMate wordt de iMux vanzelf gevonden (adres 169.254.1.1, TCP-poort 2000; iMux MK3: 192.168.1.99, poort 10110).
TCP 2000, 10110 · 169.254.1.1, 192.168.1.99 · Volgens de handleiding van de fabrikant
Hat Labs SH-wg
Deelt zelf gegevens
Een opensource-gateway NMEA 2000 – Wi-Fi: na de eerste instelling deelt hij zelf NMEA 0183 (UDP 2000 en TCP 2222).
Verbind bij de eerste keer inschakelen met de Wi-Fi ‘Configure sh-wg-…’ (wachtwoord abcdabcd) en kies de modus: eigen access point of verbinding met de boordrouter.
Verbind je telefoon met hetzelfde netwerk als de gateway.
Terug in CapMate wordt de gateway vanzelf gevonden.
AIS-transponders met Wi-Fi delen zelf AIS, positie en een deel van de instrumenten via Wi-Fi.
Cortex: verbind met de Wi-Fi CORTEX-xxxxx (serienummer van de hub), het wachtwoord staat op het label onder de hub (adres 10.1.1.1, TCP-poort 39150).
XB-8000: verbind met de Wi-Fi van de transponder (adres 192.168.15.1, TCP-poort 39150). Marifoon Garmin Signal VHF: zet Wi-Fi aan in het menu van de marifoon (Settings → Wi-Fi).
Terug in CapMate wordt het apparaat vanzelf gevonden, ook als het met de boordrouter verbonden is.
Uit het NMEA 2000-netwerk geeft de Cortex maar een deel van de instrumenten door (wind, diepte) — een NMEA 2000-Wi-Fi-gateway levert alles.
AIS-transponders uit de em-trak B900-serie met Wi-Fi delen zelf AIS, positie en NMEA 2000-instrumenten via Wi-Fi.
Verbind met de Wi-Fi van de transponder: een netwerk als B954_xxxxxxx (model en code), het wachtwoord staat op het label (B952 en B954 af fabriek: emtrakais).
Terug in CapMate wordt de transponder vanzelf gevonden (adres 192.168.2.1, TCP-poort 5000).
Verbinding met de boordrouter, protocol en poort wijzig je in het programma proAIS2 of de app CONNECT-AIS.
In access-pointmodus stuurt de transponder gegevens naar maar twee apparaten tegelijk — krijgt de telefoon niets binnen, koppel dan andere apparaten los van zijn Wi-Fi.
Signal K Server (OpenPlotter en andere distributies) deelt standaard NMEA 0183 via TCP op poort 10110.
In het Signal K-beheer: Server → Settings — controleer of ‘NMEA 0183 over TCP (10110)’ aan staat.
Wil je ook NMEA 2000-gegevens: Server → Plugin Config → zet signalk-to-nmea0183 aan (vink de gewenste zinnen aan) en signalk-n2kais-to-nmea0183 voor AIS.
Verbind je telefoon met hetzelfde netwerk als de computer — CapMate vindt de server vanzelf.
Telefoon of horloge zit op een ander Wi-Fi-netwerk. Verbind met het netwerk van kaartplotter, gateway of boordrouter: mobiele data en de Wi-Fi van de jachthaven werken niet.
De NMEA 0183-netwerkuitvoer staat uit op de kaartplotter of gateway — zet hem aan volgens de stappen hierboven.
De gateway stuurt NMEA 2000 in een eigen formaat (RAW, N2K ASCII, binair) — zet de server om naar NMEA 0183. CapMate meldt dat al tijdens het zoeken.
De gateway accepteert maar één TCP-verbinding en een laptop of andere app gebruikt die al — sluit die of zet een tweede NMEA 0183-server aan op de gateway.
Op de Wi-Fi van jachthavens en gastnetwerken zien apparaten elkaar niet — gebruik het eigen netwerk van de boot.
Geef CapMate op de iPhone toegang tot het lokale netwerk: Instellingen → CapMate → Lokaal netwerk.
Positie komt binnen, maar diepte of wind niet — die sensoren zitten niet op het NMEA 2000-netwerk of de kaartplotter geeft ze niet uit als NMEA 0183: controleer de lijst met uitvoerzinnen.
Handmatige verbinding
Weet je het adres, voer het dan zelf in: ‘Instrumenten verbinden’ → ‘Adres handmatig invoeren’ — het adres van het apparaat, de poort en het protocol (TCP of UDP) uit de NMEA 0183-serverinstellingen van kaartplotter of gateway. Terug naar automatisch zoeken: tik op ‘Automatisch zoeken’.